Doorsijpelingsprocessen, in deze waterzuiverende duinen, in de
helderheid van je afwezigheid, infiltreren je woorden, gebaren
je lach, onze adem vond wolken, wolken onze adem
meegevoerd, dan zich sluitende lippen, zwijgende stemmen
het jij in me, het Ik buiten
duister trekgedrag van heimwee
als bij vogels die hun kustlijn kwijt zijn, verdwalen
grauw gras, afgebikte stukken roest, bukkende schelpenzoekers
terwijl een flard van je warrige haren
het binnenste kleurt, aanwaaiende, wegwaaiende
momenten tussen ons
er zijn, er niet zijn – en de septemberzee zich
afwendt, een aflandige wind slordige, losse
reisaantekeningen maakt in het zand

