Morgenbrons

De aanroeping die niemand hoort
Behangt je stille vlagen met morgenbrons
Even
Knipperen violiertjes in je ogen

Maar ijs
Hoont de blik

Obelisken van lust
Vallen tussen kleumende flanken omver

En je zinkt weg
Achter je berijpte

Waaiers van slaap