Honorabele narcissen wiegen in de wind, paffige duiven vliegen op
en bruistabletten van wolken liegen poëzie
Het rood aan de lucht
zoekt een opgave, jij
liefde die meeveert met je tred, kussen verbrast, tekens knecht
sterren strooit in dictatoriale richtingen van het oog
boven haastig waaierend verlangen uit
De opwaaiende sneeuw
van je lach
Strelingen laten vergeten kwastjes huiveren, je adem
toont me een ingang, lust
opent zijn splijtscheurtjes en leven
raast terug naar het lichaam

