De kippenbrug

Jongetje weer: springend van de Kippenbrug

In de passerende aak
Volgeladen met zandbergen

De plof, blijven liggen
Terwijl de oevers voorbijtrekken
En niet jij maar de wereld voortbeweegt

Boomkruinen boven je, als groene parachutes
Die zich openden

Roofzuchtig krijsende meeuwen
Vraat van roest aan de binnenwanden

Klotsend water, stuklopend op kaden, dijken

De duik overboord, lachend
Voor de boze schipper uit

Borrelende monumenten van herinneringen