De vlooien

Aanbid
Het zij- aangezicht van de liefde
Erken niet de frontale, warme graven
Waarin bedoelingen eindigen
Maar dweep met de vlooien van de lustvolle momenten
Die omhoog- en wegspringen alsof ze verlangen naar een thuis op de sterren

Stippel geen weg naar de tederheid uit
Maar volg de scherven die de zon rechtop zet
Op de weg die je wilt begaan

Ontvlucht de gedachten plus nog een beetje
Die spelen voor Ik

Hunker naar de blauwe, vluchtige vlagen
Van lichtzinnigheid

Het voorbijgaan in de aanraking
De aanraking in het voorbijgaan