Bevalling

Het diepzeegeweer van je krampen
Schiet door bodemloze weeën

Peilloden stuiten
Op bewegende schollen, een
Zeepaardkind, zwevende dikkop –
Liefde; wie weet

Al flonkerend zijn de scheppingen pijnscheuten
Zichzelf bezittend in wat het lichaam ontvlucht

Cirkelbogen van adem spannen je vrucht
En steeds luider verkondigen echo’s leven

Wie geschapen is, laat voor zich huilen
Maar wie schept, leeft na de traan