Nu het licht er nog is

Kleuren
vullen het mondingsgebied, deinende zeewiervelden

Nu het licht er nog is
boven stroomgeulen, nevengeulen

en krachtpoeders
van verlangen oplossen

in leegte

tover ik vaag terug
wat kwam, wat ging, met een staf

van halfslaap

boven witte warrige populieren die als ze droomden van kristal
geen bomen zouden zijn maar ijs

Nu het er nog is
vlammen uit een hoogoven kansloos verbleken in de dag

het porselein van wolken glanst, een overkant met de
hoogwaterlijn, kraan- en installatieschepen, windturbines, trilt

in een waas

schijnt alles een breekbare begoocheling, is wat je levend hield
misschien wel de omvang van de afstand die je ontkent

lijken de onmerkbaar kerende zeeën, de sprookjes die vergaten
goed af te lopen en stokten, alvast

ja te zeggen tegen de stilte