Mijn blik gaat liggen in schuimende graven
van golven, je breekt
een wereld van afstand, ik snijd mijn gedachten
open aan de randen – in wat voor midden
verkeer je, centreer je warmte
afwezigheid
ik wil alleen maar weten wat voor vergeten
je van me wilt, hoe ik je zie en noem, sprakeloos, blind
in dit winterlandschap, langs de harde kustlijn
terwijl de wind rukt aan helmgras, aan dennenbomen met hun stijve
snorren, het zilveren blauw van haringscholen lijkt af te geven en
het tij, het eerste licht in de verte
kleurt

